RvdW 2025/415:Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Redelijke termijn in eerder hoger beroep en in fase tussen eerdere verstekuitspraak van hof en instellen van cassatieberoep tegen die eerdere uitspraak. Uit procesverloop volgt dat HR in eerdere cassatieprocedure in deze zaak ’s hofs uitspraak van 24 juli 2017 heeft vernietigd t.a.v. opgelegde betalingsverplichting. In die procedure is o.m. geklaagd over overschrijding van redelijke termijn in eerder hoger beroep en in fase tussen eerdere verstekuitspraak van hof en instellen van cassatieberoep tegen die eerdere uitspraak. Deze klachten zijn onbesproken gebleven. Na terugwijzing heeft hof de zaak op 12 oktober 2023 (opnieuw) inhoudelijk behandeld. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 15 februari 2022, NJ 2022/98, m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn na terugwijzing/verwijzing door HR, inhoudende dat rechter zowel acht moet slaan op tijdsverloop vóór gecasseerde uitspraak als op tijdsverloop in cassatiefase en periode van h.b. na terugwijzing/verwijzing, waarbij tijdsverloop in opeenvolgende procesfases afzonderlijk worden beoordeeld. Gelet op wat raadsman heeft aangevoerd over overschrijding van redelijke termijn in eerdere procedure bij hof, eindigend met ’s hofs bij verstek gewezen uitspraak van 24 juli 2017, en tijdsverloop tussen deze bij verstek gewezen uitspraak van hof en het instellen van het tegen die uitspraak gerichte cassatieberoep op 18 december 2020, had hof hierover gemotiveerde beslissing moeten nemen. Zo’n beslissing ontbreekt in ’s hofs uitspraak. Door hof toegepaste matiging van betalingsverplichting heeft immers kennelijk slechts betrekking op overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg, terwijl ’s hofs vaststelling dat redelijke termijn niet is overschreden in ‘cassatiefase en fase na terugwijzing door HR’ geen betrekking heeft op de door raadsman bedoelde tijdvakken. HR doet zaak zelf af door opgelegde betalingsverplichting van € 484.358,22 te verminderen met € 10.358,22. Vervolg op HR 31 mei 2022, RvdW 2022/574.