Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/398
Medeplegen handel in hennep en aanwezig hebben van hennep. Afwijking van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over straftoemeting is toereikend gemotiveerd.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:294
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03763
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:294, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1374, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Medeplegen handel in hennep en aanwezig hebben van hennep. In hoger beroep wordt in het kader van de straftoemeting bepleit om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar een forse taakstraf, al dan niet in combinatie met een lange voorwaardelijke gevangenisstraf, op te leggen. De Hoge Raad wijdt algemene overwegingen aan de straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter en de terughoudende rol van de Hoge Raad als cassatierechter bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is. Het hof heeft de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de straftoemeting in deze zaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.