Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/397
Veroordeling wegens overtreding artikel 5a WVW 1994. Het oordeel van het hof dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:344
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03568
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:344, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1369, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
De verdachte is veroordeeld wegens overtreding van artikel 5a WVW 1994, door onder invloed van alcohol en cocaïne gedurende lange tijd met te hoge snelheid te rijden in de bebouwde kom, rode stoplichten te negeren en tegen de verkeersrichting in een rotonde op te rijden. In hoger beroep is het verweer gevoerd dat de andere weggebruikers de verdachte zouden hebben opgemerkt en dat hij met zijn weggedrag rekening met hen zou hebben gehouden. Het oordeel van het hof dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, getuigt echter niet van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.