RvdW 2025/419:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op appelschriftuur van raadsman die zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In p-v van tz. in h.b. van 16 januari 2024 is in voetnoot vermeld dat na tz. is gebleken dat raadsman op 17 oktober 2023 appelschriftuur heeft ingediend bij Rb, terwijl die op moment van uitspreken van arrest niet bij hof bekend was. Tussen de ex art. 434 lid 1 Sv toegezonden stukken bevindt zich appelschriftuur van raadsman, gedateerd op 17 oktober 2023. Daarom is ’s hofs beslissing om verdachte ex art. 416 lid 2 Sv n-o te verklaren in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.