Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/417
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. verduistering (art. 321 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel, meermalen gepleegd (art. 311 lid 1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van het door raadsman per e-mail verzonden schrijven waarin grieven zijn opgenomen en dat aan cassatieschriftuur is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ter staving van stelling dat hof geen acht heeft geslagen op grieven, zijn aan cassatieschriftuur kopieën gehecht van e-mail van 5 april 2023 van raadsman met als onderwerp ‘appelschriftuur inzake 05-314730-2’ gericht aan Rb strafgriffie Arnhem (Rb Gelderland). Bij dit bericht meegezonden appelschriftuur is aan cassatieschriftuur gehecht. Aan schriftuur gehecht stuk biedt grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte vóór onderzoek ttz. op 23 november 2023 schriftuur houdende grieven is ingediend. Daarom is ’s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:376
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/04765
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:376, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1432, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. verduistering (art. 321 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel, meermalen gepleegd (art. 311 lid 1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van het door raadsman per e-mail verzonden schrijven waarin grieven zijn opgenomen en dat aan cassatieschriftuur is gehecht? HR: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.