De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.14.6:5.14.6 Toetsing van tijdigheid en regelmatigheid van betekening in de lidstaat van tenuitvoerlegging
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.14.6
5.14.6 Toetsing van tijdigheid en regelmatigheid van betekening in de lidstaat van tenuitvoerlegging
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS377020:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6 lid 1 sub c EET-Vo.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De EET-waarmerking speelt zich af in de lidstaat van herkomst van de ten uitvoer te leggen beslissing. De rechter die de waarmerking verleent, moet in het geval van niet-verschijning van de schuldenaar in de procedure die tot de ten uitvoer te leggen beslissing heeft geleid, toetsen of het gedinginleidende stuk overeenkomstig de bepalingen van de EET-Verordening de schuldenaar heeft bereikt.1 Aangezien de schuldenaar niet op de hoogte wordt gebracht van het verzoek om een EET-waarmerking, kan hij niet de eventuele onregelmatigheid dan wel ontijdigheid van de betekening van het gedinginleidende stuk inroepen. Dit in tegenstelling tot de exequaturprocedure waarin op grond van art. 34 sub 2 EEX-Vo de mogelijkheid bestaat dat het exequatur in de lidstaat van tenuitvoerlegging niet wordt verleend, indien het gedinginleidende stuk niet zo tijdig en op zodanige wijze als met het oog op zijn verdediging aan de wederpartij is betekend of meegedeeld, tenzij deze partij tegen de ten uitvoer te leggen beslissing geen rechtsmiddel in de lidstaat van herkomst heeft aangewend terwijl zij daartoe in staat was. De vraag rijst echter of het niet noodzakelijk is om in de lidstaat van tenuitvoerlegging aan de schuldenaar/geëxecuteerde de mogelijkheid te bieden om in de lidstaat van tenuitvoerlegging alsnog de tijdigheid en regelmatigheid van de betekening van het gedinginleidende stuk te toetsen. Mijns inziens is dit niet nodig. Uit art. 18 EET-Vo blijkt immers dat de EET-verlenende rechter bij de niet-naleving van de minimumnormen van Hoofdstuk III van de EET-Verordening tot de EET-waarmerking slechts onder bijzondere voorwaarden mag overgaan. Verleent de rechter ondanks het niet voldoen van een beslissing aan de minimumnormen een EET, dan zal de schuldenaar op grond van art. 10 lid 1 sub b om intrekking van de EET in de lidstaat van herkomst moeten verzoeken.