RvdW 2026/163:Rijden zonder rijbewijs, art. 107 lid 1 WVW 1994. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke hechtenis, waarbij hof i.p.v. tul van hechtenis van 2 weken een taakstraf van 28 uren heeft gelast, en motiveringsplicht i.h.k.v. tul vordering, art. 361a jo. art. 6:6:5 lid 1 en art. 6:6:21 lid 1 Sv. Heeft hof beslissing op tul vordering toereikend gemotiveerd gelet op verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM in tul vordering? O.g.v. ook in hoger beroep toepasselijk art. 361a jo. art. 6:6:5 lid 1 en art. 6:6:21 lid 1 Sv moet rechter de beslissing op tul vordering van voorwaardelijk opgelegde straf of maatregel met redenen omkleden. Namens verdachte is naar voren gebracht dat OM in tul vordering n-o moet worden verklaard, omdat verdachte niet bekend was of kon zijn met voorwaardelijke veroordeling. Hof was daarom gehouden tot nadere motivering van beslissing op die vordering. In ’s hofs uitspraak ontbreekt die motivering. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing op tul vordering en terugwijzing.