Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1120
Veroordeling wegens huisvredebreuk in kantoor van ING-bank (artikel 138 Sr) tijdens een demonstratie. De verwerping van het verweer dat ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen is ontoereikend gemotiveerd.
HR 30-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1437
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/01584
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Politierecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Grondrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1437, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:526, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
- Wetingang
Essentie
De verdachte is veroordeeld wegens huisvredebreuk bij de ING-bank (artikel 138 Sr) tijdens een demonstratie. In hoger beroep is betoogd dat ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen omdat de strafvervolging onverenigbaar is met de artikelen 10 en 11 EVRM. Het hof heeft dat verweer verworpen, maar wel bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. De verwerping van het verweer is volgens de Hoge Raad echter niet toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Het hof heeft het volgende vastgesteld. De verdachte heeft samen met vijf anderen rond 13.30 uur het pand van ING betreden en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.