Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1107
Faillissementsrecht. Onrechtmatige daad. Eigen verplichting curator o.g.v. art. 6:162 BW tot verwijdering zaken die door natrekking voorafgaand aan faillissement uit vermogen schuldenaar zijn geraakt en dus niet tot boedel behoren? Grenzen rechtsstrijd.
HR 10-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1528
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
24/02505
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1528, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:786, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑07‑2024
- Wetingang
Art. 6:162 BW
Essentie
Faillissementsrecht. Onrechtmatige daad. Eigen verplichting curator o.g.v. art. 6:162 BW tot verwijdering zaken die door natrekking voorafgaand aan faillissement uit vermogen schuldenaar zijn geraakt en dus niet tot boedel behoren? Grenzen rechtsstrijd.
Samenvatting
Het hof heeft geoordeeld dat in dit geval op de curator een eigen — op de betamelijkheidsnorm van art. 6:162 BW gebaseerde — rechtsplicht rust om de containers te verwijderen. De daartegen gerichte klacht houdt in dat van een dergelijke eigen verplichting van de curator geen sprake kan zijn, indien het gaat om zaken die als gevolg van natrekking voorafgaand aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.