RvdW 2025/1134:Medeplegen invoer van bijna 19 kilo cocaïne (art. 2 onder A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. invoer van cocaïne (art. 10a lid 1 onder 2 Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Gebruik voor bewijs van verklaringen van 2 medeverdachten en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van deze verklaringen, art. 359 lid 2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft oog gehad voor gebreken aan zowel totstandkoming als inhoud van verklaringen van medeverdachten en heeft geoordeeld dat voor bewijs gebruikte verklaringen van deze medeverdachten voldoende betrouwbaar en geloofwaardig zijn. Met deze uitgebreide overweging heeft hof ervan blijk gegeven dat het de verklaringen van medeverdachten ‘kritisch en met nodige behoedzaamheid’ tegemoet is getreden. Dat hof vervolgens conclusies heeft getrokken o.b.v. deze verklaringen die verdachte belasten, is logisch gevolg van oordeel dat hun voor bewijs gebuikte verklaringen betrouwbaar en geloofwaardig zijn. Hof heeft in zijn arrest uitgebreid gereageerd op onbetrouwbaarheidsverweer. Motiveringsplicht van art. 359 lid 2 Sv gaat niet zo ver dat op ieder argument en detail van verweer van verdediging hoeft te worden ingegaan. Hof heeft er blijk van gegeven oog te hebben gehad voor mogelijkheid dat medeverdachten bewust leugenachtige verklaringen hebben afgelegd om verdachte te belasten. Volgt verwerping.