RvdW 2025/1133:Faillissementsfraude door als bestuurder van rechtspersoon niet deugdelijke administratie te voeren en deze aan curator te geven, art. 343 lid 4 Sr (oud). Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden). Kon hof bij strafoplegging rekening houden met niet tlgd. feiten? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 19 mei 2020, NJ 2021/400, m.nt. A.H. Klip m.b.t. omstandigheden waaronder rechter bij strafoplegging rekening mag houden met niet tlgd. feit. Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte als bestuurder van rechtspersoon is opgetreden als katvanger, door niet bij wet voorgeschreven administratie te voeren en zo schuldeisers van deze rechtspersoon te benadelen. Hof heeft verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf. Hof heeft in strafmotivering overwogen dat het ‘heel ernstig in nadeel’ van verdachte heeft meegewogen dat uit dossier valt af te leiden dat verdachte zich veel vaker schuldig heeft gemaakt aan deze handelwijze, omdat hij vaker als enig bestuurder stond geregistreerd bij bedrijven die kort daarna zijn ontbonden of failliet verklaard en dat (daarom) sprake lijkt van delictpatroon. Hof heeft (door op deze manier niet tlgd. feiten bij strafoplegging te betrekken) strafoplegging op dit punt ontoereikend gemotiveerd, nu uit ’s hofs overwegingen niet volgt dat zich één van de omstandigheden voordoet zoals hiervoor genoemd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.