Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1106
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Beroepsaansprakelijkheid advocaat.
HR 10-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1540
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01511
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1540, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:89, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Beroepsaansprakelijkheid advocaat.
Samenvatting
Een advocaat dient als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Deze zorgvuldigheidsplicht brengt mee dat een advocaat zijn cliënt bij het voeren van een procedure niet onnodig blootstelt aan voorzienbare en vermijdbare risico’s. Wanneer een advocaat een cliënt adviseert in het kader van een door een cliënt te nemen beslissing over een bepaalde kwestie, brengt de zorgvuldigheidsplicht mee dat de advocaat de cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen (HR 29 mei 2015, NJ 2015/267).
Het antwoord ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.