Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1139
Mishandeling van zijn levensgezel door zijn vriendin met kracht in haar gezicht te slaan en bij haar bovenarm te pakken, art. 300 lid 1 jo. art. 304 lid 1 (oud) Sr. Bewijsklacht. Kan vriendin van verdachte worden aangemerkt als ‘zijn levensgezel’ a.b.i. art. 304 lid 1 (oud) Sr? ’s Hofs oordeel dat vriendin van verdachte als ‘levensgezel’ a.b.i. art. 304 (oud) Sr kan worden aangemerkt, is ontoereikend gemotiveerd omdat gebruikte bewijsmiddelen onvoldoende inhouden over aard en hechtheid van betrekking tussen verdachte en zijn vriendin. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
HR 07-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1445
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04450
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1445, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:834, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Essentie
Mishandeling van zijn levensgezel door zijn vriendin met kracht in haar gezicht te slaan en bij haar bovenarm te pakken, art. 300 lid 1 jo. art. 304 lid 1 (oud) Sr. Bewijsklacht. Kan vriendin van verdachte worden aangemerkt als ‘zijn levensgezel’ a.b.i. art. 304 lid 1 (oud) Sr? ’s Hofs oordeel dat vriendin van verdachte als ‘levensgezel’ a.b.i. art. 304 (oud) Sr kan worden aangemerkt, is ontoereikend gemotiveerd omdat gebruikte bewijsmiddelen onvoldoende inhouden over aard en hechtheid van betrekking tussen verdachte en zijn vriendin. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.