RvdW 2025/1127:Medeplegen witwassen (meermalen gepleegd) m.b.t. geldtransporten van vader van verdachte naar Brazilië (1 geldtransport van € 200.000 in 2017 en 2 geldtransporten in 2016), contante stortingen (€ 26.920) en bijbetaling van contant geldbedrag (€ 4.500) voor auto, art. 420bis lid 1 sub b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. betrokkenheid bij geldtransporten in 2016 en medeplegen geldtransport in 2017. Bewijsklacht medeplegen t.a.v. geldtransporten. Heeft verdachte, door in opdracht van haar ex-partner voor haar vader vliegtickets van Nederland naar Brazilië te boeken en te betalen, een zodanige bijdrage geleverd aan geldtransporten dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 5 juli 2016, NJ 2016/411, m.nt. N. Rozemond m.b.t. medeplegen en in het bijzonder afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en uit HR 17 oktober 2017, NJ 2017/460, m.nt. N. Rozemond m.b.t. bijzondere situatie waarin bijdrage van medepleger hoofdzakelijk bestaat uit gedragingen die voorafgingen aan strafbaar feit. ’s Hofs bewijsvoering biedt onvoldoende grond voor zijn oordeel dat verdachte zo nauw en bewust met één of meer anderen heeft samengewerkt dat zij zich t.a.v. dit feit wat betreft eerste gedachtestreepje (‘grote geldbedragen (geldtransporten van vader van verdachte naar Brazilië)’) heeft schuldig gemaakt aan bewezenverklaard medeplegen witwassen. Over rol van verdachte bij dit witwassen kan uit bewijsvoering niet meer worden afgeleid dan dat zij op verzoek van haar toenmalige partner voor haar vader vliegtickets heeft geboekt en betaald ten behoeve van 3 door haar vader uitgevoerde geldtransporten naar Brazilië. Om dan tot oordeel te kunnen komen dat deze gedragingen, die voorafgingen aan strafbaar feit, als bijdrage van voldoende gewicht aan witwassen moeten worden beschouwd, is nadere motivering vereist. Door hof genoemde maar niet nader toegelichte omstandigheid dat verdachte haar toenmalige partner en haar vader op deze wijze feitelijk dekmantel heeft geboden voor het kunnen uitvoeren van geldtransporten, is daartoe (mede gelet op verweer van raadsman) onvoldoende. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2025/1128 en met 23/00544 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).