Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1143
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag van € 5.000 onder ander dan klager t.z.v. verdenking van poging tot gekwalificeerde doodslag (ripdeal), waarna strafrechter in zijn strafzaak de klager heeft vrijgesproken en in strafzaak tegen medeverdachte het geldbedrag verbeurd heeft verklaard. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Uit door A-G ingewonnen inlichtingen blijkt dat geldbedrag waarvan klager teruggave verzoekt, bij arrest van hof van 31 maart 2022 in strafzaak tegen medeverdachte van klager is verbeurdverklaard. Tegen dit arrest is geen beroep in cassatie ingesteld, zodat dit op 15 april 2022 onherroepelijk is geworden. Nu al op moment van indiening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv (op 3 juli 2023) betreffend geldbedrag bij inmiddels uitvoerbare beslissing t.l.v. ander was verbeurdverklaard, is er geen aanleiding om dit klaagschrift op te vatten als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv (vgl. HR 23 november 1993, NJ 1994/263, m.nt. Th.W. van Veen). Deze beslissing over beslag in strafzaak tegen medeverdachte van klager betekent dat klager geen belang heeft bij beroep tegen beschikking waarbij klaagschrift ongegrond is verklaard. In beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van oordeel van strafrechter over beslag op geldbedrag. Door diens op 15 april 2022 onherroepelijk geworden beslissing tot verbeurdverklaring in strafzaak tegen medeverdachte van klager, kan op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen. Klager n-o.
HR 07-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1312
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/00670 B
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1312, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:712, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑07‑2025
Essentie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag van € 5.000 onder ander dan klager t.z.v. verdenking van poging tot gekwalificeerde doodslag (ripdeal), waarna strafrechter in zijn strafzaak de klager heeft vrijgesproken en in strafzaak tegen medeverdachte het geldbedrag verbeurd heeft verklaard. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Uit door A-G ingewonnen inlichtingen blijkt dat geldbedrag waarvan klager teruggave verzoekt, bij arrest van hof van 31 maart 2022 in strafzaak tegen medeverdachte van klager is verbeurdverklaard. Tegen dit arrest is geen beroep in cassatie ingesteld, zodat dit op 15 april 2022 onherroepelijk is geworden. Nu al op moment van indiening van klaagschrift ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.