RvdW 2025/550:Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9 lid 2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs naar verdachte is verzonden, worden afgeleid dat verdachte ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Hof heeft overwogen dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, omdat uit stukken van CBR blijkt dat deze zijn verstuurd naar GBA-adres van verdachte. Dat is echter niet voldoende. Uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs naar verdachte is verzonden (en niet als onbestelbaar retour is gekomen) kan immers niet z.m. worden afgeleid dat verdachte ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Ook verder volgt dit niet uit bewijsvoering. Bewijsvoering bevat geen verklaring van verdachte waaruit dit kan worden opgemaakt en houdt ook geen andere gedraging in waaruit dit kan volgen. Uit bewijsmiddelen volgt niet dat verdachte zijn rijbewijs heeft opgestuurd naar CBR maar slechts dat CBR het heeft ontvangen van CVOM. Volgt vernietiging en terugwijzing.