Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/556
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Albanese en Griekse nationaliteit) naar Albanië t.z.v. voorgenomen moord in 2019 in Albanië. Genoegzaamheid van stukken, art. 18 lid 3 sub b Uitleveringswet en art. 12 lid 2 sub b EUV. Verzoek tot inwinnen van nadere informatie bij verzoekende staat over plaats waar opgeëiste persoon de hem verweten feiten heeft begaan. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 08-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:513
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/02921 U
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:513, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:278, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑03‑2025
Essentie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Albanese en Griekse nationaliteit) naar Albanië t.z.v. voorgenomen moord in 2019 in Albanië. Genoegzaamheid van stukken, art. 18 lid 3 sub b Uitleveringswet en art. 12 lid 2 sub b EUV. Verzoek tot inwinnen van nadere informatie bij verzoekende staat over plaats waar opgeëiste persoon de hem verweten feiten heeft begaan. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02921 U
Datum 8 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg van 22 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.