Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/519
1. Voor bewezenverklaring art. 273f Sr hoeft in het algemeen uit bewijsvoering niet te blijken van daadwerkelijk geleden materieel nadeel van slachtoffer. 2. Voortduren voeging in hoger beroep van rechtswege en overlijden van benadeelde partij staan niet in de weg aan toewijzing vordering. Een schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd ten behoeve van slachtoffer.
HR 01-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:498
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02843
- Conclusie
plv. A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:498, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:147, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
1. De opvatting dat voor een op art. 273f Sr toegesneden bewezenverklaring uit de bewijsvoering moet kunnen worden afgeleid ‘dat de slachtoffers daadwerkelijk een materieel nadeel hebben geleden’, vindt in haar algemeenheid geen steun in het recht.
2. De oordelen van het hof dat a) de voeging in hoger beroep van rechtswege voortduurt en het overlijden van de benadeelde partij aan toewijzing van de vordering niet in de weg staat en b) dat in een geval waarin het slachtoffer is overleden nadat de verdachte hoger beroep had ingesteld een schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd ten behoeve van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.