RvdW 2025/533:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen brandstichting waardoor auto met alle zich daarin bevindende goederen is uitgebrand, art. 157 lid 1 Sr. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 3 Sv jo. art. 432 lid 1 sub a Sv. Is cassatieberoep tijdig ingesteld? 2. Betekening oproeping nadere tz. in hoger beroep. Is oproeping in h.b. in persoon uitgereikt aan verdachte, nu handtekening op akte van uitreiking bij oproeping niet overeenkomt met handtekeningen van verdachte op akte bij bevel inbewaringstelling, op akte bij bevel verlenging gevangenhouding en op rijbewijs van verdachte? Ad 1. en 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is beroep ontvankelijk en is middel terecht voorgesteld. CAG: Handtekeningen van verdachte op akte bij bevel inbewaringstelling, akte bij bevel verlenging gevangenhouding en rijbewijs komen met elkaar overeen maar komen niet overeen met handtekening op akte van uitreiking bij oproeping voor nadere tz. in h.b. Reeds gelet hierop en op HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2745 is het aannemelijk dat oproeping voor nadere tz. in h.b. niet in persoon aan verdachte is uitgereikt. Daar komt bovendien nog bij (i) dat op akte uitreiking niet soort identiteitsbewijs en identiteitsbewijsnummer van verdachte zijn ingevuld en (ii) dat op akte is vermeld ‘NP’ en ‘Niet in persoon’, terwijl akte inhoudt dat deze is uitgereikt ‘aan geadresseerde’. Ten slotte blijkt uit akte ook niet of op juist adres aangeboden oproeping is uitgereikt aan persoon die heeft beloofd brief onmiddellijk aan geadresseerde te geven. Dit alles leidt tot conclusie dat oproeping voor nadere tz. in h.b. niet geldig is betekend. Cassatieberoep is niet binnen 14 dagen na einduitspraak ingesteld. Nu oproeping voor nadere tz. in h.b. niet geldig, laat staan in persoon, is betekend en verdachte niet op die zitting is verschenen, terwijl ook niet is gebleken dat zich omstandigheid a.b.i. art. 432 lid 1 sub c Sv heeft voorgedaan en evenmin blijkt dat verdachte niet binnen 14 dagen nadat zij met uitspraak van hof bekend was geworden cassatieberoep heeft ingesteld, moet verdachte worden ontvangen in cassatieberoep. Gelet op voorgaande is ’s hofs oordeel dat oproeping in persoon is uitgereikt, achteraf bezien, onjuist. Datzelfde geldt voor daarin besloten liggend oordeel dat oproeping rechtsgeldig is betekend. Gelet daarop en op omstandigheid dat ttz. geen raadsman aanwezig was, heeft hof ten onrechte verstek verleend aan verdachte en heeft hof ten onrechte bevolen dat met behandeling zal worden voortgegaan. HR verklaart betekening van oproeping voor nadere tz. in h.b. nietig. Samenhang met 22/03291 (niet gepubliceerd; art. 80a RO).