RvdW 2025/554:Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Art. 416 lid 2 jo. art. 511g lid 2 Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 1 sub c jo. art. 511h Sv. Kan uit mededeling van raadsman dat betrokkene tegen hem heeft gezegd dat hij wegens lichamelijke klachten niet in staat is ttz. te verschijnen (gevolgd door schorsing van onderzoek voor bepaalde tijd door hof) worden afgeleid dat betrokkene tevoren bekend was met dag van tz.? In art. 432 lid 1 sub c jo. art. 511h Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak als zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van tz. of van nadere tz. de betrokkene tevoren bekend was. Volgens p-v van tz. in h.b. van 7 april 2023 heeft raadsman daar medegedeeld dat betrokkene tegen hem heeft gezegd dat hij wegens lichamelijke klachten niet in staat is om op zitting van die dag te verschijnen en heeft hof het onderzoek vervolgens tot 17 mei 2023 geschorst. Daaruit moet worden afgeleid dat betrokkene met dag van tz. van hof van 7 april 2023 tevoren bekend was en dat onderzoek op die tz. voor bepaalde tijd is geschorst. Daarom had o.g.v. art. 432 lid 1 sub c jo. art. 511h Sv cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na ’s hofs einduitspraak van 17 mei 2023. Beroep is echter pas ingesteld op 27 oktober 2023. Dit brengt mee dat HR het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. Betrokkene n-o.