Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/515
Verbintenissenrecht. Dwaling. Procesrecht. Advocaat vordert betaling restant declaraties van particuliere cliënt. Cliënt beroept zich op dwaling, omdat advocaat hem onvoldoende heeft geïnformeerd over door overheid gefinancierde rechtsbijstand. Hof oordeelt dat eventueel verleende toevoeging later zou zijn ingetrokken, maar dat toch sprake is van dwaling. Volgens hof is echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat advocaat reeds ontvangen bedragen moet terugbetalen. Klachten cliënt over o.m. miskenning grenzen van de rechtsstrijd (art. 24 Rv).
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:557
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00783
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:557, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:72, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑01‑2025
Essentie
Verbintenissenrecht. Dwaling. Procesrecht. Advocaat vordert betaling restant declaraties van particuliere cliënt. Cliënt beroept zich op dwaling, omdat advocaat hem onvoldoende heeft geïnformeerd over door overheid gefinancierde rechtsbijstand. Hof oordeelt dat eventueel verleende toevoeging later zou zijn ingetrokken, maar dat toch sprake is van dwaling. Volgens hof is echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat advocaat reeds ontvangen bedragen moet terugbetalen. Klachten cliënt over o.m. miskenning grenzen van de rechtsstrijd (art. 24 Rv).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00783
Datum 11 april 2025
ARREST
In de zaak van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.