RvdW 2025/528:Bedreiging van ex-partner, art. 285 lid 1 Sr. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof de verklaring van inmiddels overleden getuige (buurman) voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die, inmiddels overleden, getuige niet ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 20 april 2021, NJ 2021/173, m.nt. J.M. Reijntjes en HR 12 oktober 2021, NJ 2021/368, m.nt. N. Jörg, m.b.t. gevallen waarin rechter voor bewijs gebruik wil maken van een door getuige afgelegde verklaring, terwijl verdediging niet behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om t.a.v. getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, vraag of proces als geheel eerlijk is verlopen, gewicht van verklaring, reden voor uitblijven van ondervragingsgelegenheid en bestaan van voldoende compenserende factoren. Verdediging heeft niet ondervragingsrecht t.a.v. getuige kunnen uitoefenen, omdat getuige is overleden al voordat hof het verzoek tot horen van buurman als getuige had toegewezen. Hof heeft door getuige bij politie afgelegde verklaring gebruikt voor bewijs. Hof heeft in dit verband overwogen dat die verklaring (anders dan aangifte) niet uitsluitend of in beslissende mate redengevend is voor bewijs van tlgd. feit maar dat zij één van, die aangifte ondersteunende, bewijsmiddelen vormt. Hof heeft voor wat betreft dat overige steunbewijs gewezen op het door verdachte ingesproken geluidsfragment op telefoon van aangeefster, op feit dat verdachte na tlgd. bedreiging vele malen heeft geprobeerd aangeefster te bellen en op aard en inhoud van de door aangeefster naar politie gestuurde WhatsApp-berichten toen verdachte de middag na tlgd. bedreiging bij haar huis stond. Hof heeft daarnaast vastgesteld dat raadsman van verdachte in de gelegenheid is geweest om aangeefster te ondervragen bij Rh-C. ’s Hofs hierop gebaseerde kennelijke oordeel dat p-v als geheel eerlijk is verlopen en dat verklaring van getuige voor bewijs kan worden gebruikt zonder dat dit schending oplevert van art. 6 EVRM, getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.