RvdW 2025/555:Militaire zaak. Bedreiging met zware mishandeling (art. 285 lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade (art. 6:106 BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. a.g.v. bewezenverklaarde bedreiging toegewezen tot bedrag van € 250, vermeerderd met wettelijke rente. Dat oordeel is ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat deze vordering namens verdachte gemotiveerd is betwist. Daarbij is van belang dat uit overwegingen hof niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door hof vastgestelde omstandigheden hof de toewijzing van vordering b.p. heeft gebaseerd. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR 18 juni 2019, NJ 2019/380, m.nt. W.H. Vellinga). Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing.