Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/545
Belaging van ex-partner (art. 285b lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel. Aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. materiĆ«le schade. Kon hof oordelen dat toegewezen bedrag van vordering b.p. wegens materiĆ«le schade en o.g.v. schadevergoedingsmaatregel opgelegde betalingsverplichting moet worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf begindatum van bewezenverklaarde periode? B.p. kan betaling van wettelijke rente vorderen over bedrag dat zij aan schade heeft geleden. In beginsel is wettelijke rente o.g.v. art. 6:83 onder b BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf moment waarop schade die gevolg is van onrechtmatige daad van verdachte, is ingetreden (vgl. 28 mei 2019, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga). Hof heeft vastgesteld dat b.p. materiĆ«le schade heeft geleden en dat deze schade rechtstreeks gevolg is van bewezenverklaarde. Hof heeft vordering b.p. wegens materiĆ«le schade toegewezen tot bedrag van ā¬Ā 408,60, voor dat bedrag schadevergoedingsmaatregel opgelegd en daarbij bepaald dat dit bedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 juni 2014. Daarmee heeft hof geoordeeld dat wat betreft verschuldigdheid van wettelijke rente datum van 16 juni 2014 (aanvangsdatum van bewezenverklaarde periode) moet worden aangemerkt als datum waarop volledige materiĆ«le schade is ingetreden. In aanmerking genomen dat uit bijlage volgt dat b.p. in periode van 7 juli 2014 tot en met 17 december 2014 behandelingen heeft ondergaan bij psycholoog waarvoor eigen risico van ā¬Ā 95,78 in rekening is gebracht en dat verder uit die bijlage volgt dat reiskosten en kosten voor Aware-systeem in periode van 16 juni 2014 tot en met 14 november 2014 periodiek zijn gemaakt, is niet z.m. begrijpelijk oordeel hof dat materiĆ«le schade die gevolg is van bewezenverklaarde belaging, volledig is ingetreden op 16 juni 2014, aanvangsdatum van bewezenverklaarde periode. HR doet zaak zelf af en bepaalt aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. schadepost van ā¬Ā 95,78 voor ākosten psycholoogā op 17 december 2014 en t.a.v. schadeposten van ā¬Ā 250,32 voor āreiskostenā en van ā¬Ā 62,50 voor ākosten Aware-kastā in midden van periode waarin deze kosten zijn gemaakt (op 31 augustus 2014). Samenhang met RvdW 2025/546.
HR 08-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:531
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 april 2025
- Magistraten
Mrs.Ā V.Ā vanĀ denĀ Brink, T.Ā Kooijmans, C.N.Ā Dalebout
- Zaaknummer
22/03989
- Conclusie
plv.āĀ A-GĀ mr.āV.M.A.Ā Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:531, Uitspraak, Hoge Raad, 08ā04ā2025
ECLI:NL:PHR:2025:190, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11ā02ā2025
Essentie
Belaging van ex-partner (art. 285b lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel. Aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. materiƫle schade. Kon hof oordelen dat toegewezen bedrag van vordering b.p. wegens materiƫle schade en o.g.v. schadevergoedingsmaatregel opgelegde betalingsverplichting moet worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf begindatum van bewezenverklaarde periode? B.p. kan betaling van wettelijke rente vorderen over bedrag dat zij aan schade heeft geleden. In beginsel is wettelijke rente o.g.v. art. 6:83 onder b BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf moment waarop schade die gevolg is van onrechtmatige daad van verdachte, is ingetreden (vgl. 28 mei 2019, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.