Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/413
Medeplegen handel in hennep (art. 3 onder B Opiumwet) en aanwezig hebben van GHB (art. 2 onder C Opiumwet). Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. strafoplegging, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/398.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:295
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03765
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:295, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
Essentie
Medeplegen handel in hennep (art. 3 onder B Opiumwet) en aanwezig hebben van GHB (art. 2 onder C Opiumwet). Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. strafoplegging, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/398.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03765
Datum 11 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2023, nummer 20-002844-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.