RvdW 2025/548:Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en beïnvloeden van getuige (art. 285a lid 1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht poging tot doodslag. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangever en getuigen, art. 359 lid 2 Sv. 2. Bewijsklacht beïnvloeden van getuige t.a.v. opzet en kennelijke strekking van beïnvloeding. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft aan zijn oordeel dat verklaringen van aangever en getuigen betrouwbaar zijn, ten grondslag gelegd dat deze verklaringen steun vinden in elkaar en in verklaring van verdachte zelf (v.zv. verklaringen zien op aanwezigheid van verdachte bij incident) en in geneeskundige verklaring, waaruit blijkt dat verdachte in zijn buik gewond is geraakt (v.zv. verklaringen zien op het steken). Daarmee heeft hof toereikend gemotiveerd waarom het is afgeweken van het door verdediging gevoerde uos t.a.v. betrouwbaarheid van aangever en getuigen. Hof hoefde niet op ieder detail van argumentatie in te gaan. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in zijn uitspraak kennelijk tot uitdrukking gebracht dat verdachte sturende bemoeienis heeft gehad met inhoud van verklaring. Dit is conclusie van feitelijke aard, die in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden beoordeeld. Hof heeft uit document (weergave van telefoongesprek tussen verdachte en getuige), dat zich bij stukken bevindt, kunnen afleiden dat uitingen van verdachte zich niet beperkten tot het vertellen ‘hoe hij gebeurtenissen ziet’ of het aandringen op afleggen van verklaring maar dat uitingen er ook toe strekken dat door getuige af te leggen verklaring een ontlastende inhoud zal hebben en dat opzet van verdachte ook was gericht op beïnvloeding van getuige. Uitingen van verdachte houden immers in dat getuige tegen zijn advocaat moet zeggen dat hij ‘voor hem’ wil verklaren. Ook bevatten uitingen van verdachte een beschrijving van wat getuige kan laten zien/vertellen over betrokkenheid van verdachte bij steekincident. Tot slot zegt verdachte in gesprek tweemaal dat getuige ‘dat ding’ moet regelen, waaruit zekere aanmoediging kan worden afgeleid. Bewezenverklaring is t.a.v. opzet en kennelijke strekking van beïnvloeding toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.