Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/510
Procesrecht. Uitleg gedingstukken; beroep op rechtsverwerking; miskenning tweeconclusieregel?; schending art. 19 lid 1 Rv.
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:561
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Mrs.Ā G.Ā deĀ Groot, F.J.P.Ā Lock, A.E.B.Ā terĀ Heide, S.J.Ā Schaafsma, F.R.Ā Salomons
- Zaaknummer
24/01014
- Conclusie
A-GĀ mr.Ā W.L.Ā Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:561, Uitspraak, Hoge Raad, 11ā04ā2025
ECLI:NL:PHR:2024:1275, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29ā11ā2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 19ā03ā2024
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Uitleg gedingstukken; beroep op rechtsverwerking; miskenning tweeconclusieregel?; schending art. 19 lid 1 Rv.
Samenvatting
Het hof heeft geoordeeld dat de bewoner (thans verweerder in cassatie) in de procedure als verweer heeft gevoerd dat de Gemeente (thans eiseres tot cassatie) haar recht op beƫindiging van gebruik van een perceel grond heeft verwerkt. Dit oordeel berust op een aan het hof voorbehouden en niet onbegrijpelijke uitleg van de gedingstukken. Hetzelfde geldt voor de overweging dat het hof de grief zo begrijpt dat daarmee een oordeel van de rechtbank werd bestreden, te weten het oordeel van de rechtbank ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.