Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/104
Aanzetten tot rassendiscriminatie (art. 137d lid 1 Sr) en groepsbelediging wegens ras (art. 137c lid 1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, art. 408 lid 1 sub b Sv. Laatste woord, art. 283 lid 6 jo. art. 283 lid 3 Sv. Hof heeft met toepassing van art. 283 lid 6 Sv zonder onderzoek in zaak het door verdachte ingestelde h.b. niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat beroep is ingesteld na verstrijken van daarvoor geldende wettelijke termijn. Uit p-v van tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 283 lid 6 jo. 283 lid 3 Sv gegeven voorschrift niet is nageleefd. Dat leidt tot nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak (vgl. HR 10 november 2015, RvdW 2015/1256). Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1730
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/02615
- Conclusie
​A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1730, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1018, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2024
Essentie
Aanzetten tot rassendiscriminatie (art. 137d lid 1 Sr) en groepsbelediging wegens ras (art. 137c lid 1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, art. 408 lid 1 sub b Sv. Laatste woord, art. 283 lid 6 jo. art. 283 lid 3 Sv. Hof heeft met toepassing van art. 283 lid 6 Sv zonder onderzoek in zaak het door verdachte ingestelde h.b. niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat beroep is ingesteld na verstrijken van daarvoor geldende wettelijke termijn. Uit p-v van tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.