Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/64
Witwassen en profijtontneming. Onbegrijpelijke berekening wederrechtelijk verkregen voordeel uit witwassen door omzetting van een geldbedrag dat voorwerp is van witwassen.
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1821
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
22/01091 P
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1821, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1335, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑11‑2022
- Wetingang
Essentie
Witwassen en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Oordeel van het hof dat het bezit van een van misdrijf afkomstig geldbedrag van € 190.000 tot dat bedrag wederrechtelijk voordeel uit witwassen oplevert is onjuist. Berekening van wederrechtelijk voordeel door met dit bedrag auto’s aan te schaffen is onbegrijpelijk.
Samenvatting
Als algemeen uitgangspunt geldt dat bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in art. 36e Sr, moet worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. HR 24 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.