RvdW 2025/72:Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van telefoon en harddisk die onder belanghebbende ex art. 94 Sv in beslag zijn genomen t.z.v. verdenking van vervaardigen en bezitten van kinderporno, waarna OvJ besluit belanghebbende niet (verder) te vervolgen, en op verzoek tot toekenning van vergoeding voor kosten rechtsbijstand ex art. 530 lid 2 Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 447 lid 5 Sv en art. 445 jo. art. 535 lid 1 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep niet in behandeling nemen. CAG: Belanghebbende heeft geen middel ingediend tegen beslissing Rb op vordering OvJ ex art. 552f Sv, zodat cassatieberoep n-o is voor zover dat (mede) is gericht tegen die beslissing. Belanghebbende kan niet worden ontvangen in het cassatieberoep v.zv. dat ziet op beslissing Rb om hem n-o te verklaren in verzoek tot toekenning van vergoeding voor kosten rechtsbijstand ex art. 530 lid 2 Sv. O.g.v. art. 445 Sv staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in gevallen in dat wetboek bepaald. O.g.v. art. 535 lid 1 Sv stond tegen beslissing Rb nog wel hoger beroep open. Derhalve kan het ervoor worden gehouden dat belanghebbende h.b. heeft willen instellen. Om doelmatigheidsredenen behoeft het echter niet tot conversie te komen. Door belanghebbende gemaakte kosten voor rechtsbijstand komen in art. 552f Sv-procedure niet o.g.v. art. 530 lid 2 Sv voor vergoeding in aanmerking, zodat na conversie geen andere beslissing kan volgen dan n-o verklaring van belanghebbende in zijn verzoek tot toekenning van vergoeding van die kosten. Belanghebbende kan niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep. Belanghebbende n-o.