Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/47
Bewijsrecht. Verdeling huwelijksgemeenschap; waardering echtelijke woning; stilzwijgende instemming man met voorkeursrecht op de grond waarop woning is gebouwd?; wilsvertrouwensleer (art. 3:33 en 3:35 BW); passeren bewijsaanbod.
HR 13-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1866
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 december 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/01051
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1866, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1024, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑02‑2024
- Wetingang
Samenvatting
De vraag of de man in de door de vrouw gestelde omstandigheden heeft ingestemd met het verlenen van het voorkeursrecht op de grond waarop de echtelijke woning is gebouwd, althans of de vrouw erop mocht vertrouwen dat de man daarmee instemde, moet worden beantwoord aan de hand van de art. 3:33 BW en art. 3:35 BW (de wilsvertrouwensleer). Daarbij zijn alle omstandigheden van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.