Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/106
Herziening. Medeplegen gewoontewitwassen van ruim € 17 miljoen, art. 420ter lid 1 jo. art. 420bis lid 1 sub b Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 onder c Sv op grond dat ernstig vermoeden bestaat dat hof aanvrager had vrijgesproken van medeplegen van gewoontewitwassen als het bekend zou zijn geweest met de bij aanvraag gevoegde documenten en verklaringen. Aanvraag richt zich uitsluitend op verwerping door hof van het door verdediging aangedragen alternatieve scenario en heeft geen betrekking op al het andere dat hof ten grondslag heeft gelegd aan bewezenverklaring van medeplegen gewoontewitwassen. Met de bij aanvraag overgelegde documenten en verklaringen beoogt aanvrager dat alternatieve scenario nader te onderbouwen, waarbij wordt aangevoerd dat die stukken leiden tot ernstige twijfel aan juistheid van verwerping door hof van alternatief scenario. Dat scenario houdt in kern in dat A weliswaar, overeenkomstig vaststellingen van hof, door B werd afgeperst en dat A daarbij werd gedwongen betalingen te doen aan aanvrager, maar dat deze betalingen reële schuld betroffen van A aan aanvrager. Daardoor dacht aanvrager geld te hebben ontvangen waarop hij recht had en heeft hij niet geweten van afpersing van A. Het lag in dat scenario in de rede dat aanvrager vervolgens zelf zou worden afgeperst. Hof heeft in zijn bewijsoverwegingen uitvoerig gemotiveerd dat en waarom hof alternatief scenario als niet aannemelijk terzijde schuift. Op gronden weergegeven in CAG doen overgelegde verklaringen en documenten (v.zv. al niet bekend aan hof) niet ernstig vermoeden rijzen dat hof op dit onderdeel van bewijsvoering tot ander oordeel zou zijn gekomen als het bekend zou zijn geweest met wat in aanvraag naar voren wordt gebracht en daarmee ook tot vrijspraak van aanvrager. In aanvraag aangevoerde kan daarom niet worden aangemerkt als gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 sub c Sv. Afwijzing aanvraag. Vervolg op HR 18 februari 2014, RvdW 2014/394.
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1826
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/03596 H
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1826, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:983, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Essentie
Herziening. Medeplegen gewoontewitwassen van ruim € 17 miljoen, art. 420ter lid 1 jo. art. 420bis lid 1 sub b Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457 lid 1 onder c Sv op grond dat ernstig vermoeden bestaat dat hof aanvrager had vrijgesproken van medeplegen van gewoontewitwassen als het bekend zou zijn geweest met de bij aanvraag gevoegde documenten en verklaringen. Aanvraag richt zich uitsluitend op verwerping door hof van het door verdediging aangedragen alternatieve scenario en heeft geen betrekking op al het andere dat hof ten grondslag heeft gelegd aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.