Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/97
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, meermalen gepleegd (art. 9 lid 2 WVW 1994). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat medewerker van CBR tijdens telefoongesprek uitdrukkelijk en herhaaldelijk aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte ‘wist’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 9 juli 2019, NJ 2019/454, m.nt. W.H. Vellinga m.b.t. wetenschapsvereiste om tot bewezenverklaring van een op art. 9 lid 2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. Hof heeft telkens bewezenverklaard dat verdachte ‘wist’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Daaraan heeft hof mede ten grondslag gelegd dat (zoals is weergegeven in telefoonnotitie die als bewijsmiddel is gebruikt) op 11 januari 2019 in telefoongesprek (een medewerker van) CBR uitdrukkelijk en herhaaldelijk aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs op 26 april 2016 ongeldig is verklaard. Uit deze omstandigheid heeft hof kunnen afleiden dat verdachte (op 20 mei 2020 en op 21 augustus 2020) ‘wist’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Volgt verwerping.
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1706
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04296
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1706, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1339, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑10‑2024
Essentie
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, meermalen gepleegd (art. 9 lid 2 WVW 1994). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat medewerker van CBR tijdens telefoongesprek uitdrukkelijk en herhaaldelijk aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte ‘wist’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 9 juli 2019, NJ 2019/454, m.nt. W.H. Vellinga m.b.t. wetenschapsvereiste om tot bewezenverklaring van een op art. 9 lid 2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. Hof heeft telkens bewezenverklaard ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.