Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/45
Verbintenissenrecht. Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW); stelplicht; verarming door verlies mogelijkheid gebruik te maken van omgevingsvergunning en reservering hotelquotum?
HR 06-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1808
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/04162
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1808, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:991, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑10‑2023
- Wetingang
Art. 6:212 BW
Essentie
Verbintenissenrecht. Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW); stelplicht; verarming door verlies mogelijkheid gebruik te maken van omgevingsvergunning en reservering hotelquotum?
Samenvatting
Op de partij die zich beroept op ongerechtvaardigde verrijking rust de stelplicht dat is voldaan aan de vereisten van art. 6:212 lid 1 BW. Het hof respondeert onvoldoende op de betwisting van de verarming op de grond dat koper een marktconforme prijs heeft betaald waarin vergoeding besloten ligt voor de waarde die de reservering hotelquotum en de omgevingsvergunning vertegenwoordigen.
Partij(en)
[eiseres] B.V., eiseres tot cassatie, hierna: [eiseres], adv.: mrs. B.T.M. van der Wiel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.