Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/42
Personen- en familierecht. Procesrecht. Nationaliteitsrecht. Verzoek erkenning buitenlandse adoptiebeslissing op voet art. 1:26 BW; verkrijging Nederlandse nationaliteit ex art. 5a en 5b RWN; Staat belanghebbende?
HR 06-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1802
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 december 2024
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03307
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Staatsrecht / Nationaliteitsrecht
Personen- en familierecht / Personenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1802, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:411, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑08‑2023
- Wetingang
Samenvatting
Een verzoek tot het geven van een verklaring voor recht op de voet van art. 1:26 BW dat een buitenlandse adoptiebeslissing aan de voorwaarden voor erkenning voldoet, kan ertoe leiden dat van rechtswege de Nederlandse nationaliteit wordt verkregen. Gelet op de bijzondere aard van deze nationaliteitsverkrijging en op het met de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit verbonden algemeen belang, moet de Staat in een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.