RvdW 2025/98:Voorbereiding terroristisch misdrijf (art. 96 jo. 157, 176a, 288a en 289a Sr) door aan lid van IS gelegenheid en/of middelen te verschaffen om in strijdgebied (Syrië) gebruik te kunnen maken van communicatiemiddelen en voorhanden hebben vuurwapen (art. 26 lid 1 WWM). Verbeurdverklaring inbeslaggenomen computer en harddisks, art. 33a lid 1 sub c Sr. Heeft hof verbeurdverklaring toereikend gemotiveerd? Onder ‘strafbaar feit’ en ‘feit’ in art. 33a lid 1 Sr moet telkens bewezenverklaard feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in art. 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet t.a.v. bewezenverklaard feit (vgl. HR 7 januari 2020, NJ 2020/47). Onder 1 bewezenverklaard feit heeft betrekking op regelen van simkaart voor iemand die is vertrokken naar Syrië en zich daar heeft aangesloten bij IS, zodat diegene daarmee Telegramaccount kon opzetten ter bevordering van communicatiemogelijkheden van leden van IS in strijdgebied. Hof heeft geoordeeld dat inbeslaggenomen computer en harddisks vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat het voorwerpen zijn met behulp waarvan onder 1 bewezenverklaard feit is begaan. Dat oordeel is gelet op bewezenverklaarde gedragingen ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verbeurdverklaring en terugwijzing.