Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/482
Procesrecht. Rechtspersonenrecht. Doeluitbreiding doorgevoerd bij wijziging statuten stichting (art. 2:294 BW); verzoek herroeping doeluitbreiding wegens bedrog bestuur stichting; belanghebbende bij dat verzoek? (art. 390 Rv).
HR 27-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:516
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 maart 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/01449
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:516, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1287, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑04‑2024
- Wetingang
Art. 2:294 BW; art. 390 Rv
Essentie
Procesrecht. Rechtspersonenrecht. Doeluitbreiding doorgevoerd bij wijziging statuten stichting (art. 2:294 BW); verzoek herroeping doeluitbreiding wegens bedrog bestuur stichting; belanghebbende bij dat verzoek? (art. 390 Rv).
Samenvatting
Het behoort tot de taak van de rechter om zich binnen redelijke grenzen ambtshalve erop toe te leggen dat allen die vermoedelijk belanghebbende zijn in de gelegenheid worden gesteld zich bij de behandeling van een verzoek te laten horen. Het antwoord op de vraag of iemand belanghebbende is, moet worden afgeleid uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen. Daarbij speelt een rol in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.