Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/484
Appelprocesrecht; verbintenissenrecht; aanneming van werk; uitleg overeenkomst; klachtplicht; onderzoekstermijn; tweeconclusieregel; nadere uitwerking van eerder aangevoerd verweer?
HR 27-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:507
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 maart 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04391
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:507, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1070, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑10‑2025
Essentie
Appelprocesrecht; verbintenissenrecht; aanneming van werk; uitleg overeenkomst; klachtplicht; onderzoekstermijn; tweeconclusieregel; nadere uitwerking van eerder aangevoerd verweer?
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04391
Datum 27 maart 2026
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: H. Boom,
tegen
HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD,
zetelende te Rotterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: HHSK,
advocaat: H.J.W. Alt.
Conclusie
Conclusie A-G mr. S.D. Lindenbergh:
1. Inleiding en samenvatting
1.1
[aannemingsbedrijf] heeft in opdracht van een rechtsvoorganger van HHSK een wateraflaatconstructie gerealiseerd, waarvan jaren later blijkt dat deze minder capaciteit heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.