RvdW 2026/492:Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) en opzettelijk niet voeren van een bij belastingwet verplichte administratie (art. 69 lid 1 AWR). 1. Afwijzing van voorafgaand aan tz. in hoger beroep gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op latere tz. In h.b. herhaald verzoek tot horen van belastingambtenaar als getuige, op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. 2. Verweer dat OM n-o moet worden verklaard in vervolging voor niet voeren van deugdelijke administratie, omdat belastinginspecteur voorafgaand aan die vervolging niet informatiebeschikking o.g.v. art. 52a AWR heeft genomen. 3. Bewijsklachten niet doen van aangiften vennootschapsbelasting. 4. Bewijsklacht opzet. 5. Strafmotivering (geldboete van € 48.500). Kon hof geldboete van deze hoogte opleggen en heeft hof daarbij rekening gehouden met draagkracht van verdachte? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/493 en RvdW 2026/494.