Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/500
Medeplegen verkopen en afleveren van cocaïne en heroïne (art. 2 onder B Opiumwet) en deelneming aan criminele organisatie (art. 11b lid 1 Opiumwet). Bewijsklacht pleegperiode. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/501 en RvdW 2026/502.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:489
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/01023
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:489, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:215, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑03‑2026
Essentie
Medeplegen verkopen en afleveren van cocaïne en heroïne (art. 2 onder B Opiumwet) en deelneming aan criminele organisatie (art. 11b lid 1 Opiumwet). Bewijsklacht pleegperiode. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/501 en RvdW 2026/502.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01023
Datum 24 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 maart 2024, nummer 23-001112-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.