Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/499
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. winkeldiefstal, art. 310 Sr. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat verdachte niet is verschenen terwijl zij aan raadsman had laten weten aanwezig te zullen zijn, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat voortgang van zaak belangrijk is, verdachte kennelijk geen belangstelling had om aanwezig te zijn en er weinig kans bestaat dat zij op later moment alsnog zal verschijnen. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/497 en RvdW 2026/498.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:480
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/00732
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:480, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:213, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑03‑2026
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. winkeldiefstal, art. 310 Sr. Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat verdachte niet is verschenen terwijl zij aan raadsman had laten weten aanwezig te zullen zijn, door hof afgewezen o.g.v. overweging dat voortgang van zaak belangrijk is, verdachte kennelijk geen belangstelling had om aanwezig te zijn en er weinig kans bestaat dat zij op later moment alsnog zal verschijnen. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/497 en RvdW 2026/498. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.