Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/504
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300 lid 1 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 lid 1 Sr). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 1 onder c Sv. Kan uit mededeling van niet gemachtigde raadsvrouw worden afgeleid dat verdachte met dag van tz. in hoger beroep tevoren bekend was? 2. Ontbrekende bewijsmiddelen, art. 359 lid 3 en art. 359 lid 8 Sv. Ad 1. In art. 432 lid 1 onder c Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak als zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van (nadere) tz. de verdachte tevoren bekend was. In art. 432 lid 2 Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat uitspraak de verdachte bekend is. Uit f&o zoals weergegeven in CAG kan niet z.m. worden afgeleid dat verdachte met dag van tz. in h.b. tevoren bekend was. Enkele mededeling van niet-gemachtigde raadsvrouw ttz. in h.b. dat zij met vriendin van verdachte contact heeft gehad over zittingsdatum en op grond daarvan ervan is uitgegaan dat verdachte op de hoogte is gesteld van zittingsdatum, is daarvoor niet toereikend. Cassatieberoep is ingesteld op 19 april 2024. Omdat ook niet blijkt dat zich andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat verdachte meer dan 14 dagen voor die datum bekend was met einduitspraak van 1 maart 2024 zal HR het cassatieberoep in behandeling nemen. Ad. 2. Bij stukken bevindt zich uitspraak van hof die niet b.m. bevat. Verder bevindt zich bij stukken niet aanvulling a.b.i. art. 365a lid 2 Sv met daarin b.m. die zijn gebruikt. Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van die aanvulling. Hof heeft aan HR bericht dat zo’n aanvulling niet is opgemaakt. O.g.v. art. 359 lid 3 en 358 lid 8 Sv moet uitspraak op straffe van nietigheid b.m. bevatten die f&o inhouden die redengevend zijn voor bewezenverklaring dan wel (v.zv. art. 359 lid 3 Sv dat toestaat) opgave van b.m. ’s Hofs uitspraak voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:484
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/01563
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:484, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:71, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑01‑2026
Essentie
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300 lid 1 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr) en huisvredebreuk (art. 138 lid 1 Sr). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432 lid 1 onder c Sv. Kan uit mededeling van niet gemachtigde raadsvrouw worden afgeleid dat verdachte met dag van tz. in hoger beroep tevoren bekend was? 2. Ontbrekende bewijsmiddelen, art. 359 lid 3 en art. 359 lid 8 Sv. Ad 1. In art. 432 lid 1 onder c Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.