Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/494
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting, art. 69 lid 1 AWR. Bewijsklacht niet doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Heeft verdachte in bewezenverklaarde periode de aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet gedaan? Hof heeft vastgesteld dat verdachte was uitgenodigd tot doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Deze aangiften zijn tijdens bewezenverklaarde periode gedaan, terwijl over jaren 2015 en 2016 nog geen (ambtshalve) aanslagen waren opgelegd door inspecteur. ’s Hofs o.m. op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte in bewezenverklaarde periode van 1 maart 2012 tot en met 12 december 2018 aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 ‘niet heeft gedaan’, is daarom niet begrijpelijk. Slagen van hierop gerichte klacht leidt echter niet cassatie omdat weglaten van dit deel van bewezenverklaring de aard en ernst van bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet aantast. Volgt verwerping. CAG (strekking): vernietiging bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet heeft gedaan, en vrijspraak van dit onderdeel. Samenhang met RvdW 2026/492 en RvdW 2026/493.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:425
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/00761
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:425, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:76, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑01‑2026
Essentie
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting, art. 69 lid 1 AWR. Bewijsklacht niet doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Heeft verdachte in bewezenverklaarde periode de aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet gedaan? Hof heeft vastgesteld dat verdachte was uitgenodigd tot doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Deze aangiften zijn tijdens bewezenverklaarde periode gedaan, terwijl over jaren 2015 en 2016 nog geen (ambtshalve) aanslagen waren opgelegd door inspecteur. ’s Hofs o.m. op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte in bewezenverklaarde periode van 1 maart 2012 tot en met 12 december ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.