Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/490
Periode schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden hoeft niet in mindering gebracht op opgelegde gevangenisstraf.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:482
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/04507
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:482, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1292, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
De rechter is niet verplicht om het in art. 27 lid 1 Sr bedoelde bevel om de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis bij de uitvoering van de tijdelijke vrijheidsstraf in mindering te brengen, ook te geven ten aanzien van de tijd waarin de voorlopige hechtenis was geschorst, met als voorwaarde dat de verdachte zijn woning slechts in zeer beperkte mate mocht verlaten en de naleving daarvan met elektronisch toezicht werd gecontroleerd.
De rechter hoeft die beslissing in beginsel niet te motiveren, tenzij sprake is van een uitdrukkelijk gemotiveerd standpunt.
Samenvatting
De verplichting van het in art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.