Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/506
Caribische zaak. Overheidsprivaatrecht. Verzoek advocaat op Bonaire te worden toegelaten als advocaat bij Hoge Raad; rechtmatigheid ongelijke behandeling advocaten in Caribische deel Koninkrijk t.o.v. advocaten in Europees Nederland.
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:518
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00037
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Grondrechten
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Juridische beroepen / Advocaat
Staatsrecht / Staatsinrichting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:518, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1328, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑01‑2024
- Wetingang
Essentie
Caribische zaak. Overheidsprivaatrecht. Verzoek advocaat op Bonaire te worden toegelaten als advocaat bij Hoge Raad; rechtmatigheid ongelijke behandeling advocaten in Caribische deel Koninkrijk t.o.v. advocaten in Europees Nederland.
Samenvatting
Het zou ook voor advocaten uit het Caribische deel van het Koninkrijk mogelijk moeten zijn om toegelaten te worden als advocaat bij de Hoge Raad in burgerlijke zaken. De Staat heeft naar voren gebracht dat daartoe in overleg met diverse partijen het stelsel van kwaliteits- en toezichtsnormen in het Caribische deel van het Koninkrijk nader moet worden uitgewerkt. De Staat kan zich redelijkerwijs op dat standpunt stellen, gelet op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.