Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1104
Intellectuele eigendom. Merkenrecht. Merkenrechtelijke rechtsverwerking (art. 2.23quater lid 1 jo. art. 2.30septies lid 1 BVIE).
HR 10-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1549
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04968
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1549, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1192, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑01‑2024
- Wetingang
Art. 2.23quater, 2.30 septies BVIE; art. 9 Richtlijn (EU) 2015/2436
Samenvatting
Het onderdeel berust op het uitgangspunt dat het hof het door PK aangevallen teken (verpakkingstekens 2) als geheel merkenrechtelijk relevant heeft geacht. Dit uitgangspunt is onjuist. Het hof heeft beoordeeld of het gebruik van het LEEF VITAAL merk in de context van de in september 2019 geïntroduceerde verpakking (verpakkingstekens 2) merkenrechtelijk relevant afwijkt van het eerdere, door PK gedoogde gebruik van dat merk in de gedoogperiode 2009-2014. Het hof heeft verpakkingstekens 2 niet als geheel merkenrechtelijk relevant geacht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.