Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.10.1
6.10.1 Overige sancties voor de werkgever
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS580409:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld Hof Amsterdam 21 april 2005, JAR 2005/167, Hof Den Haag 13 mei 2005, RAR 2005, 81, Ktr. Rotterdam 15 september 2003, JAR 2003/234, Ktr. Rotterdam 4 augustus 2006, LJN AY 6120.
B. Barentsen, Arbeidsongeschiktheid. Aansprakelijkheid, bescherming en compensatie, (diss.), Kluwer: Deventer 2003, p.35, bijvoorbeeld Ktr. Delft 4 maart 2004, JAR 2004/88, Ktr. Nijmegen 6 oktober 2004, Prg. 2005, 21, Ktr. Haarlem 3 oktober 2006, JAR 2006/253.
Ktr. Zwolle 14 juni 2006, LJN AX8716, Ktr. Utrecht 13 oktober 2011, LJN BT8504 en Ktr. Haarlem 28 maart 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:7361, die de oplossing voor de verstoorde arbeidsverhouding zoekt in het inzetten van een tweede spoortraject.
Ktr. Zwolle 15 juni 2010, LJN BN0592 waarbij de werknemer zelf ook lange tijd stil had gezeten.
Bijvoorbeeld Ktr. Brielle 30 september 2003, JAR 2003/267, Hof Den Haag 8 april 2005, JAR 2005/ 169 en conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense onder HR 10 juni 2005, JAR 2005/174, nr.26-27. Zie ook Ktr. Arnhem 21 oktober 2007, LJN BB7741, Ktr. Nijmegen 8 augustus 2008, LJN BE9519, Hof Den Haag 14 oktober 2008, BF8122 en BF8136, Hof Arnhem 31 maart 2009, LJN BI2177, Ktr. Utrecht 25 februari 2009, LJN BH3793, Ktr. Maastricht 15 augustus 2012, JAR 2012/251 (met eigen schuld toerekening), Ktr. Zwolle 19 februari 2013, JAR 2013/117, Ktr. Hoorn 10 januari 2013, LJN BZ6165 en Ktr. Rotterdam 15 februari 2013, JAR 2013/134.
HR 21 mei 2010, LJN BL6075 (‘binnen het hem vertrouwde concern’) en HR 11 maart 2011, LJN BO9624.
Op overtreding van artikel 7:658a BW is geen directe andere sanctie dan verlenging van het loondoorbetalingstijdvak gesteld. De werkgever kan wel worden geconfronteerd met een vordering van de werknemer tot naleving van de re-integratieverplichtingen eventueel op straffe van een dwangsom of een loonvordering voor de tijd dat niet aan de re-integratieplicht werd voldaan.1
Een werkgever die zijn re-integratieverplichtingen heeft verzaakt of de re-integratie zelfs dwarsboomt, moet rekening houden met een hoge ontbindingsvergoeding.2 Zelfs afwijzing van een ontbindingsverzoek is denkbaar.3 De werknemer moet dan wel voortvarend handelen: het uitblijven van re-integratie is de werkgever vier jaar na het verkrijgen van een (niet-gebruikte) ontslagvergunning niet meer aan te rekenen.4 Ook in een vordering ex. artikel 7:611 of artikel 7:681 BW kunnen niet-adequate reintegratie- inspanningenmede de hoogte van een toe te kennen vergoeding bepalen.5 De HR heeft het ook andersom benadrukt: bij de beoordeling of een ontslag kennelijk onredelijk is, speelt mee dat een werkgever een extra inspanningsplicht heeft om tot herplaatsing te komen van een boventallige werknemer die door lichamelijke beperkingen moeilijk bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt. Die plicht bestaat zowel bij interne als bij externe herplaatsing.6