Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/988
Strafbare voorbereiding van en medeplegen diefstal d.m.v. braak of verbreking (art. 46 en art. 311 lid 1 onder 4 en art. 311 lid 1 onder 5 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Kwalificatieklachten voorbereidingshandelingen. Kon hof het bewezenverklaarde kwalificeren als ‘medeplegen van voorbereiding van diefstal d.m.v. braak of verbreking, gepleegd door twee of meer verenigde personen’? 2. Bewijsklachten medeplegen diefstal d.m.v. braak of verbreking. 3. Vordering benadeelde partij. Toewijzing vordering materiële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Eerste deelklacht die inhoudt dat niet is voldaan aan een van voorwaarden voor strafbaarheid van art. 46 Sr, namelijk dat het moet gaan om voorbereiding van misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer staat, is terecht voorgesteld maar hoeft niet tot cassatie te leiden. Tweede deelklacht, die inhoudt dat in zowel tll. als bewezenverklaring de o.g.v. art. 46 lid 1 Sr vereiste bestemming ontbreekt, faalt. Derde deelklacht die inhoudt dat hof aantal bewezenverklaarde gedragingen ten onrechte heeft gekwalificeerd als strafbare voorbereidingshandelingen ex art. 311 Sr jo. art. 46 Sr faalt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: V.zv. wordt geklaagd dat uit bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat er sieraden in de vorm van garnaal en poedel alsmede een pasjeshouder zijn weggenomen, leidt middel niet tot cassatie. Klacht dat hof niet heeft aangegeven aan welk wettig b.m. het heeft ontleend dat nader onderzoek heeft plaatsgevonden in politiesystemen naar inbraken tussen 21 en 23 mei 2020 in vier gemeenten en dat er op basis daarvan maar één geval bleek te voldoen aan gestelde criteria faalt. Klacht over bewijsconstructie van hof faalt. Ad 3. Hof heeft vordering b.p. toegewezen tot volledig gevorderd bedrag van € 99.168,17. In aanmerking genomen dat aantal van posten waaruit deze vordering is opgebouwd namens verdachte gemotiveerd is betwist, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. HR merkt op dat als omvang van schadepost (zonder nader onderzoek dat onevenredige vertraging van strafgeding zou opleveren) niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, die omvang in veel gevallen kan worden geschat (art. 6:97 BW). Rechter moet in zijn motivering van die schatting zoveel mogelijk aansluiten bij vaststaande feiten (vgl. NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga). Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. toewijzing vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Samenhang met RvdW 2024/987.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1402
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/02003
- Conclusie
​A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1402, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:734, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑07‑2024
Essentie
Strafbare voorbereiding van en medeplegen diefstal d.m.v. braak of verbreking (art. 46 en art. 311 lid 1 onder 4 en art. 311 lid 1 onder 5 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Kwalificatieklachten voorbereidingshandelingen. Kon hof het bewezenverklaarde kwalificeren als ‘medeplegen van voorbereiding van diefstal d.m.v. braak of verbreking, gepleegd door twee of meer verenigde personen’? 2. Bewijsklachten medeplegen diefstal d.m.v. braak of verbreking. 3. Vordering benadeelde partij. Toewijzing vordering materiële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Eerste deelklacht die inhoudt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.