RvdW 2024/995:Mishandeling van zijn levensgezel door zijn toenmalige vriendin met zijn vuisten tegen haar hoofd te slaan, art. 304 lid 1 jo. art. 300 lid 1 Sr. Bewijsklacht. Kan toenmalige vriendin van verdachte worden aangemerkt als ‘zijn levensgezel’ a.b.i. art. 304 lid 1 Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. Dit behoeft echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden. Uit ’s hofs strafmotivering blijkt immers niet dat het zijn van ‘levensgezel’ in strafverzwarende zin is betrokken bij strafoplegging, terwijl aard en ernst van wat verder is bewezenverklaard (verdachte is ook veroordeeld voor handelen in strijd met huisverbod en mishandeling) door het wegvallen van deze omstandigheid uit bewezenverklaring ook niet worden aangetast. CAG: Doorslaggevend in begrip ‘levensgezel’ is nauwe persoonlijke betrekking van zekere hechtheid. Het moet gaan om relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Bewijsmiddelen houden helemaal niets in over bewezenverklaard onderdeel ‘levensgezel’, met name niet over aard en hechtheid van betrekking tussen verdachte en zijn toenmalige vriendin. Volgt verwerping. CAG (anders t.a.v. strekking): vernietiging en terugwijzing.