Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1005
Verordening Brussel I-bis. Alternatieve bevoegdheid inzake verbintenissen uit onrechtmatige daad (art. 7, punt 2); vordering ingesteld door moederonderneming tot vergoeding van schade als gevolg van mededingsverstorend gedrag die uitsluitend is geleden door dochterondernemingen; plaats waar de schade is geleden.
HvJ EU 04-07-2024, ECLI:EU:C:2024:578 (MOL)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
4 juli 2024
- Magistraten
E. Regan, K. Lenaerts, M. Ilešič, I. Jarukaitis, D. Gratsias
- Zaaknummer
C-425/22
- Conclusie
A-G N. Emiliou
- Roepnaam
MOL
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:578, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 04‑07‑2024
ECLI:EU:C:2024:131, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 08‑02‑2024
- Wetingang
Art. 7 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I-bis)
Essentie
MOL Magyar Olaj- és Gázipari Nyrt. tegen Mercedes-Benz Group AG.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Kúria (hoogste rechterlijke instantie, Hongarije) bij beslissing van 7 juni 2022.
Verordening Brussel I-bis. Alternatieve bevoegdheid inzake verbintenissen uit onrechtmatige daad (art. 7, punt 2); vordering ingesteld door moederonderneming tot vergoeding van schade als gevolg van mededingsverstorend gedrag die uitsluitend is geleden door dochterondernemingen; plaats waar de schade is geleden.
Art. 7 punt 2 Verordening Brussel I-bis moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‘plaats waar het schadebrengende feit zich ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.